Gedragscode

Gedragscode

Gedragscode

Studentenverenigingen of studentenorganisaties Rotterdam

De Erasmus Universiteit Rotterdam, Hogeschool Rotterdam en het bestuur van de ondertekenende studentenverenigingen of -organisaties delen het gemeenschappelijk belang van een veilige en vertrouwde studieomgeving voor (aankomende) studenten in de stad Rotterdam. Zij erkennen het belang van een breed, gevarieerd en verantwoord studentenleven en dragen daarmee bij aan de vooraanstaande positie van Rotterdam als aantrekkelijke stad voor hoger onderwijs.

Rond de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Hogeschool Rotterdam zijn een aantal studentenverenigingen en -organisaties zeer actief. De culturele achtergrond en uitstraling van deze verenigingen en organisaties passen in de hoger onderwijsomgeving en bij de stad Rotterdam. Uitingen van deze verenigingen en organisaties dienen positief bij te dragen aan het imago van de betrokken partijen van deze gedragscode.

Studentenverenigingen en -organisaties zijn cultuurdragers, maar horen daarbij ook mee te gaan in maatschappelijke veranderingen. Deze gedragscode bevestigt de normen en waarden van de betrokken partijen en noemt een aantal uitgangspunten voor de naleving ervan. Door deze uitgangspunten te bevestigen wordt bewustwording gecreëerd en de naleving gestimuleerd. Partijen kunnen elkaar aanspreken op gedragingen die niet overeenkomen met hetgeen in deze gedragscode is bepaald.  Deze gedragscode heeft niet alleen betrekking op de introductieperiode, maar op de algehele uitingen van de studentenverenigingen en organisaties.

De gedragscode en gemaakte afspraken zijn opgesteld door enerzijds de officiële studentengezelligheidsverenigingen in Rotterdam te weten het RSC/RVSV, het R.S.V. Sanctus Laurentius, het SSR-R, het RSG, het NSR en studentensportvereniging A.R.S.R. Skadi en anderzijds de Erasmus Universiteit Rotterdam en Hogeschool Rotterdam.

Richtlijnen introductietijd

De introductietijd heeft als doel belangstellenden, voordat ze lid worden van een studentenvereniging of -organisatie kennis te laten maken met de vereniging in al haar facetten, ouderejaars te leren kennen en een goede band te creëren tussen de (aspirant-)leden onderling.

Doel van deze gedragscode is om een goed verloop van de Introductietijd te bevorderen en problemen te voorkomen. Tevens wordt door middel van deze gedragscode geëxpliciteerd welke uitgangspunten de gezamenlijke Rotterdamse studentenverenigingen en -organisaties hanteren bij de inrichting en uitvoering van de Introductietijd. Deze gedragscode dient jaarlijks opnieuw te worden geëvalueerd en te worden getekend door de betrokken studentenverenigingen en -organisaties.

1. Promotie studentenverenigingen en -organisaties

  1. Studentenverenigingen en -organisaties worden door de Erasmus Universiteit in de gelegenheid gesteld zich op een redelijke wijze te presenteren aan de aankomende studenten en worden in de gelegenheid gesteld aspirant-leden te werven gedurende het academische jaar.
  2. Studentenverenigingen en -organisaties krijgen tijdens de Eurekaweek (kennismakingsweek georganiseerd vanuit de Erasmus Universiteit) de mogelijkheid om (aankomende) studenten kennis te laten maken met de vereniging of organisatie.
  3. Studentenverenigingen en -organisaties hebben de mogelijkheid om een introductietijd te organiseren voor de aanvang van het academisch jaar.

2. Verantwoordelijkheid bestuur

Het verantwoordelijk bestuur van de studentenvereniging of -organisatie is eindverantwoordelijk voor een veilige en vertrouwde omgeving tijdens de introductieperiode. Tevens is het verantwoordelijk bestuur eindverantwoordelijk voor een veilige en vertrouwde omgeving tijdens officiële dispuuts- en huis kennismakingsactiviteiten, indien voor ondertekende vereniging van toepassing. Hierbij houdt het verantwoordelijk bestuur zelf de mogelijkheid om leden sancties op te leggen.

2.1 Algemeen

  1. Het verantwoordelijk bestuur van de studentenvereniging of -organisatie is eindverantwoordelijk voor het programma van de introductietijd en op de hoogte van het draaiboek en het veiligheidsplan. Tevens is het op de hoogte van alle activiteiten en heeft zij toegang tot alle activiteiten. De taken en verantwoordelijkheden van de studentenvereniging of -organisatie dienen voor ieder moment duidelijk vastgesteld te zijn.
  2. Elke studentenvereniging en -organisatie met een introductiekamp, een meerdaagse introductie, introductieactiviteiten op meerdere locaties en/of andere introductieactiviteiten met een risicodragend karakter is verplicht het draaiboek ter beoordeling aan te bieden en in een vertrouwelijk gesprek met de Rotterdamse HO-commissie Studentengezelligheidsverenigingen te bespreken.
  3. Het verantwoordelijk bestuur van de studentenvereniging of -organisatie draagt er zorg voor dat voor de inschrijving van de introductietijd aan aspirant-leden mondeling en/of schriftelijk inzicht wordt gegeven in de hoofdlijnen van de introductie, de aard, de stijl en de sfeer, zodat aspirant-leden weten wat ze kunnen verwachten.
  4. Het verantwoordelijk bestuur van de studentenvereniging of -organisatie draagt er zorg voor dat aan aspirant-leden geen geheimhoudingsplicht wordt opgelegd over de inhoud en de aard van het introductieprogramma en over al hetgeen tijdens het programma gebeurt.

 

2.2 Programma en verantwoording commissies

  1. Het verantwoordelijk bestuur is eindverantwoordelijk voor het samenstellen van introductieperiode-commissie, evenals de benodigde subcommissies.
  2. Het verantwoordelijk bestuur zorgt ervoor dat de introductieperiode-commissie en haar subcommissies de gedragscode kennen, deze onderschrijven en ernaar handelen.
  3. Het verantwoordelijk bestuur zal duidelijke afspraken maken met de introductieperiode-commissie en haar subcommissies over de juiste naleving van de regels genoemd in de gedragscode. Overtreding van deze regels zal worden bestraft volgens de eigen regelingen en reglementen van de studentenverenigingen - en organisaties.
  4. De introductieperiode-commissies en subcommissies hebben de mogelijkheid gebruik te maken van de cursussen die worden aangeboden door de Rotterdamse HO-commissie Studentengezelligheidsverenigingen om te ondersteunen in de juiste naleving van de regels genoemd in de Gedragscode.

3. Onderwijs

  1. Aspirant-leden mogen nooit belemmerd worden in hun deelname aan onderwijsverplichtingen.
  2. Aspirant-leden moeten voldoende rust krijgen om zowel fysiek als mentaal het onderwijs te kunnen volgen.
  3. Aspirant-leden moeten voldoende de mogelijkheid krijgen tot voorbereiding van onderwijsverplichtingen.

4. Waarborgen t.b.v. de persoonlijke integriteit, de gezondheid en hygiëne

Het verantwoordelijk bestuur van de studentenvereniging en -organisatie is eindverantwoordelijk voor een veilige en vertrouwde omgeving tijdens de introductieperiode waarin (aspirant-)leden respectvol met elkaar omgaan. Het verantwoordelijk bestuur draagt er zorg voor dat er tijdens de introductieperiode geen alcohol en drugs wordt gebruikt door de aspirant-leden, tenzij voor alcohol daar in overeenstemming met de Rotterdamse HO-commissie Studentengezelligheidsverenigingen een uitzondering voor is gemaakt. Daarbij draagt het verantwoordelijk bestuur zorg voor voldoende begeleiders tijdens de introductieperiode en neemt de gezondheid en hygiëne van haar aspirant-leden in acht.

4.1 Intimidatie

Fysiek of geestelijk geweld tegen (aspirant-)leden is verboden. Hieronder wordt ten minste verstaan:

  1. Discriminatie gerelateerd aan ras, levensovertuiging of maatschappelijke opvatting, sekse, seksuele geaardheid, afkomst, handicap of ziekte;
  2. het dwingen van (aspirant-)leden tot verrichten van vernederende handelingen;
  3. machtsmisbruik;
  4. inbreuk op lichamelijke integriteit;
  5. ongewenste intimiteiten in het gedrag of door het maken van seksueel getinte opmerkingen.

4.2 Hygiëne

Tijdens de introductieperiode is er sprake van goede primaire hygiënische omstandigheden waarbij aspirant-leden naar eigen inzicht en behoefte gebruik mogen maken van de sanitaire voorzieningen. Deze sanitaire voorzieningen dienen op orde te zijn.

4.3 Gezondheid

  1. Er wordt altijd gebruik gemaakt van een medisch intakeformulier voor alle aspirant-leden. Indien het aspirant-lid op dit intakeformulier heeft vermeld dat er sprake is van bijzondere omstandigheden van medische en/of psychische aard, dient hier rekening mee te worden gehouden tijdens de activiteiten van de introductieperiode.
  2. Tijdens de gehele introductieperiode moet er de mogelijkheid bestaan voor aspirant-leden om een arts te bezoeken, wat gebeurt na overleg met de medische ondersteuning. Met één of meer artsen zijn schriftelijke afspraken gemaakt omtrent zijn/haar bereikbaarheid en beschikbaarheid voor alle dagen van de introductieperiode.
  3. Per 50 personen moet ten minste 1 persoon aanwezig zijn in het bezit van een geldig EHBO- of een BHV-diploma.
  4. Een aspirant-lid krijgt minstens 6,5 uurslaap aaneengesloten per nacht.
  5. Elk aspirant-lid krijgt tijdens de introductieperiode minimaal twee liter non-alcoholische dranken en driemaal voedsel verspreid over de dag. Aspirant-leden mogen niet worden gedwongen drank of voedsel te nuttigen.
  6. Een appèl duurt in beginsel niet langer dan een half uur. Indien het langer duurt, moet het mogelijk zijn afwisselend te staan en te zitten.
  7. Alle medische klachten en behandelingen worden in detail genoteerd en bijgehouden in een medisch journaal.

5. Meldingsplicht incidenten

  1. Indien zich onverhoopt een of meerdere incidenten voordoen, worden die direct door het verantwoordelijk bestuur telefonisch of per email gemeld aan de Rotterdamse HO-commissie Studentengezelligheidsverenigingen. Het verantwoordelijk bestuur dient vervolgens binnen 72 uur nadat het incident heeft plaatsgevonden, aanvullende informatie aan te leveren, te weten een feitelijk verslag en analyse van de gebeurtenis en welke maatregelen er zijn getroffen.
  2. Als de aard van het incident daartoe aanleiding geeft, informeert de Rotterdamse HO-commissie Studentengezelligheidsverenigingen de colleges van bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Hogeschool Rotterdam.
  3. Indien daartoe aanleiding bestaat kan het verantwoordelijk bestuur van de vereniging of organisatie aangifte of melding bij de politie doen naar aanleiding van een incident.
  4. Ook het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit of van de Hogeschool Rotterdam kan aangifte of melding bij de politie doen bij (vermoeden van) een strafbaar feit.

6. Vertrouwenspersoon

Interne Vertrouwenspersoon

  1. Door het verantwoordelijk bestuur wordt een vertrouwenspersoon binnen de vereniging of organisatie aangesteld die aanwezig is tijdens de introductieperiode. De aanwezigheid van de vertrouwenspersoon wordt vooraf aan de introductieperiode duidelijk aan aspirant-leden kenbaar gemaakt.
  2. Aspirant-leden hebben tijdens de introductieperiode altijd de mogelijkheid om deze vertrouwenspersoon te benaderen.

Externe Vertrouwenspersoon

  1. Het verantwoordelijk bestuur stelt daarnaast een externe, onafhankelijke vertrouwenspersoon aan voor na de introductieperiode die geen zitting heeft gehad in commissies rondom de introductieperiode. Deze vertrouwenspersoon wordt na de introductieperiode aan de (aspirant-)leden kenbaar gemaakt.
  2. Ieder (aspirant-)lid kan bij deze vertrouwenspersoon (anoniem) een klacht indienen  over de wijze waarop een ieder die lid is van de studentenvereniging of -organisatie, of anderszins deel uitmaakt van de studentenvereniging of -organisatie, zich jegens hem/haar of een ander heeft gedragen.
  3. De vertrouwenspersoon hoort de indiener van de klacht. Alleen in overleg met de melder wordt contact opgenomen met anderen, waaronder degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft. De vertrouwenspersoon zal, eveneens in overleg met de melder, aan het verantwoordelijk bestuur van de studentenvereniging  advies geven over de te nemen maatregelen.
  4. De klager heeft altijd de mogelijkheid om zich direct te wenden tot de Rotterdamse HO-commissie Studentengezelligheidsverenigingen.

 

7. Sancties

  1. Bij het uitblijven van (volledige) naleving van bovenstaande door een studentenvereniging of -organisatie, legt het verantwoordelijk bestuur sancties op aan het overtredende lid volgens de eigen regelingen en reglementen.
  2. Het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit of van Hogeschool Rotterdam kan bovendien aan het verantwoordelijk bestuur van de betreffende vereniging één of meer sancties opleggen. Het College van Bestuur gaat voorafgaand aan het opleggen van de sanctie in overleg met het bestuur van de betrokken studentenvereniging of -organisatie. De ernst en de aard van het voorval dat in strijd met bovenstaande regels heeft plaatsgevonden, bepaalt de mate van de op te leggen sancties. Deze sancties kunnen afzonderlijk of in samenhang worden opgelegd.

 8. Evaluatie

Na afloop van de introductieperiode wordt de introductieperiode met de Rotterdamse HO-commissie Studentengezelligheidsverenigingen geëvalueerd. Hierbij worden de geanonimiseerde medische journaals besproken, die in vertrouwen beschikbaar worden gesteld aan de Rotterdamse HO-commissie Studentengezelligheidsverenigingen.

Erasmus Universiteit Rotterdam

 

Hogeschool Rotterdam

 

 Rotterdamse Kamer van Verenigingen

 

Het Rotterdamsch Studenten Corps /

Rotterdamsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging

 

Societas Studiosorum Reformatorum Roterodamensis

 

Het Rotterdamsch Studentengezelschap

 

Navigators Studentenvereniging Rotterdam

 

A.R.S.R. 'Skadi'